Succesvol transformeren

"We hebben de wijkteams aanbesteed per wijk"

"De individuele hulpvraag van burgers vormt de basis voor het sociaal beleid in Zaanstad. Volgens wethouder Jeroen Olthof is de uitdaging daarbij niet alleen om burgers meer te laten participeren; de overheid moet dat zelf ook gaan doen. ‘Met geld en regels van bovenaf bepalenat er gebeurt, is niet meer van deze tijd. We moeten als gemeente leren kijken naar wat mensen echt nodig hebben. En ruimte durven creëren voor creatieve maat- werkoplossingen."

Hemelse modder
"Wat zijn nou precies de problemen van inwoners van Zaanstad? Daarvan hadden we als gemeente tot een paar jaar geleden eigenlijk nog geen helder beeld. Natuurlijk beschikten instellingen en organisaties over de nodige cijfers, maar die beperkten zich tot hun eigen disciplines. De samenhang tussen verschillende problemen was onduidelijk. In aanloop naar de decentralisaties hebben we de overlap in kaart gebracht. We zijn letterlijk in gesprek gegaan met inwo ners en hebben hun persoonlijke verhalen en ervaringen opgetekend. Daar zaten mensen tussen met enkelvoudige problemen, maar ook mensen die van meerdere rege- lingen tegelijkertijd gebruik maakten. Ze kregen bijvoor- beeld psychische ondersteuning, maar zaten ook in de schuldhulpverlening. Dit actieonderzoek resulteerde in het boekje ‘Hemelse Modder’. De verhalen laten mooi zien waar het in de decentralisatie over gaat. Met welke problemen mensen kampen, waar ze tegenaanlopen, aan welke ondersteuning ze behoefte hebben en wat ze verwachten van de gemeente. Het boekje is een soort leidraad geworden voor beleid, met als belangrijkste element: de individuele hulpvraag van burgers."

"We hebben de wijkteams aanbesteed per wijk"
Jeroen Olthof, wethouder Zaanstad

Integrale aanpak 
"In Zaanstad hebben we de sociale wijkteams aanbesteed per buurt, in elf wijken in totaal. We zijn één van de weinige gemeenten in Neder- land die niet voor één grote zorgaanbieder heeft gekozen. De partij met het beste voorstel voor de betreffende wijk werd hoofdaannemer en mocht vervolgens zelf het sociale wijkteam samenstellen. We kiezen daarnaast voor een integrale aanpak. We betrekken bijvoorbeeld woning- bouwcorporaties bij de sociale wijkteams. Heeft iemand een moeder die niet meer zelfstandig de trap op kan, dan wordt gekeken naar de mogelijkheid voor een aanbouw. De indicatie vanuit het sociaal wijkteam en de oplossings- richting – passende huisvesting – liggen dus heel dicht bij elkaar. Een integrale aanpak is ook nodig om problematiek vroeg te kunnen signaleren. Hebben bewoners twee maanden huurachterstand, dan meldt de woningbouw- corporatie dat bij het sociale wijkteam. Die kan dan vroeg- tijdig actie ondernemen."

 

"We zijn letterlijk in gesprek gegaan met inwoners"
Jeroen Olthof, wethouder Zaanstad

Geen gelijke monniken, gelijke kappen
"Alles wat de sociale wijkteams doen, is gericht op de vraag van mensen. Dat betekent dat wij als gemeente de professionals in de wijkteams ook de ruimte geven om creatieve oplossingen te bedenken. Hiervoor hebben we een speciaal maatwerkbudget beschikbaar gesteld. Dat geld kunnen de wijkteams naar eigen inzicht inzetten, zonder voorbehoud. Ook mogen ze daarbij – in het belang van de oplossing – de regels even aan de kant schuiven. Een mooi voorbeeld is een meneer in de bijstand. Hij was met zijn gezin uit het Midden-Oosten gevlucht naar Nederland. In zijn geboorteland had hij een opleiding gevolgd tot lasser en hij wilde graag aan het werk. Hij kreeg de kans om bij Tata Steel aan de slag te gaan, maar moest zelf een laskap aanschaffen. Zo’n kap kost een paar honderd euro en dat had hij niet. Dus heeft het sociaal wijkteam die laskap voor hem betaald van het maatwerkbudget. Deze man kon weer aan het werk en zijn leven opbouwen. Inmiddels hebben we een lange waslijst met dit soort succesvoorbeelden, waarbij het budget wordt ingezet op een manier die niet strak georganiseerd is. Voor de gemeenteraad is dat weleens lastig. Wat hoe controleer je dit maatwerk? Krijgt iedereen in de bijstand voortaan zomaar een laskap? Nee, natuurlijk niet. Gelijke monniken, gelijke kappen gaat wat mij betreft niet op. Er bestaan geen gelijke monniken, net zo min als er gelijke inwoners bestaan. Neem twee mensen in armoede: de één heeft een groot sociaal netwerk, de ander is eenzaam en leeft volstrekt geïsoleerd. Voor beiden moet je een een ander ondersteunings- of activeringsinstrument inzetten. Die ruimte moet er dus zijn."

Leren kijken
"Hoe we het maatwerk gaan legitimeren, dat is de grootste uitdaging. Hoe we ruimte creëren voor nieuwe oplossingen, zonder dat die leiden tot willekeur of verspilling van geld. Wat we in elk geval niet willen, zijn nieuwe regels. Aanvraagprocedures en -termijnen werken alleen maar beklemmend en tijdrovend. Wat we wél willen, is van elkaar leren. Dus evalueren we achteraf met de wijkteams: wat ging er goed, wat niet?

Uiteindelijk blijf ik als bestuurder verantwoordelijk, dus wil ik ook weten wat er gebeurt. Maar de mensen in het veld moeten zich wel veilig voelen om bepaalde keuzes te maken. Ook als dat achteraf niet de juiste keuze blijkt te zijn. Als gemeente moet je dus bereid zijn om je positie ondergeschikt te maken aan de hulpvragen van mensen. In de participatiesamenleving gaat het er wat mij betreft niet alleen om dat burgers leren participeren; de overheid moet dat zelf ook gaan doen."

" Hebben bewoners twee maanden huurachterstand, dan meldt de woningbouwcorporatie dat bij het sociale wijkteam. Die kan dan vroegtijdig actie ondernemen."
Jeroen Olthof, wethouder Zaanstad

Bron: De gouden formule; 10 Gouden Sociale Gemeenten aan het woord. 

Bijlage

Interview met Jeroen Olthof

Links

Succesvol transformeren

on 20 februari 2017 in Links Lees meer

Buurtenquête

on 05 januari 2017 in Links Lees meer

Dit is Hüsnü Polat

on 28 november 2016 in Links Lees meer
­